Dit is waarom Ajax niet meer de transfermachine van vroeger is
In dit artikel:
Er is een tijd geweest dat Ajax haast automatisch de grote transfers deed zodra Europese toplanden interesse toonden. Het hoogtepunt lag rond seizoen 2018/19, toen Ajax onder Erik ten Hag de halve finale van de Champions League haalde en spelers als Frenkie de Jong (ongeveer €86 miljoen) en Matthijs de Ligt (ongeveer €85,5 miljoen) zeer zware transfers afdwongen. Ook Hakim Ziyech en Donny van de Beek verkasten toen voor zo’n €40 miljoen elk; later brachten Antony en Lisandro Martínez eveneens grote sommen op bij Manchester United. Die periode was het vruchtbare resultaat van het aankoop- en opleidingsbeleid van Marc Overmars gecombineerd met het herkenbare, succesvolle voetbal van Ten Hag.
Sindsdien zijn de megadeals weliswaar niet compleet opgedroogd, maar ze komen veel minder vanzelfsprekend. Ajax verkoopt nog spelers — Jorrel Hato bracht afgelopen zomer nog €44 miljoen op — maar transfers vinden steeds vaker plaats voor lagere bedragen dan eerder werd verwacht. Een duidelijk voorbeeld is Kenneth Taylor: zijn geschatte marktwaarde steeg vorig seizoen naar circa €31,7 miljoen door zijn rol onder Francesco Farioli, maar hij vertrok deze winter naar Lazio voor ongeveer €16,9 miljoen, ruim beneden die schatting.
De verklaring is eenvoudig: Ajax is sportief niet meer de vaste Europese grootmacht die het enkele jaren terug was. Topclubs betalen de hoogste transfersommen voor spelers die zich op het allerhoogste niveau bewezen hebben in sterke, prijzenstrevende teams. Minder zekerheid over die prestaties vertaalt zich direct in lagere biedingen en minder onderhandelingsmacht. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren minder spelers doorgebroken die onbetwist tot de toekomstige wereldtop worden gerekend — het soort talenten dat de absolute topprijzen haalt.
Toch zijn er lichtpunten: er rijzen nieuwe talenten zoals Jorthy Mokio, Sean Steur, Rayane Bounida en Mika Godts, die intern en extern als veelbelovend worden gezien. Verwacht wordt dat veel van hen komende zomer nog blijven om zich verder te ontwikkelen. Het basismodel van Ajax blijft onveranderd: opleiden, presteren en op het juiste moment verkopen. Maar om de megatransfers terug te krijgen moet Ajax eerst weer structureel op het hoogste Europese niveau meedoen; pas dan zal de markt de hoge bedragen opnieuw toestaan.