Eredivisie-directeuren slaan alarm over scheefgroei Europese mediagelden
In dit artikel:
Bestuurders van meerdere Eredivisie-clubs luiden de noodklok over de verdeling van Europese inkomsten en de groeiende kloof met de grote competities. Tijdens een bijeenkomst in De Bestuurskamer waarschuwde onder anderen Ferry de Haan (SC Heerenveen) dat de financiële tegenstellingen groter zijn dan vaak gedacht en dat Nederlandse clubs gezamenlijk meer druk op de UEFA moeten uitoefenen.
NEC-directeur Wilco van Schaik belichtte de enorme verschillen tussen toernooien: de Champions League levert veruit het meest op, de Europa League aanzienlijk minder en de Conference League nog minder. Hij wees erop dat verlies van positie op de coëfficiëntenranglijst — en daarmee Europese startplaatsen — direct miljoenen kost; hij noemde een voorbeeld van ongeveer tachtig miljoen euro bij het wegvallen van de zesde plek. Ook waarschuwde hij dat succesvolle Engelse clubs zelfs met mid-tableposities grote Europese finales bereiken, wat de ongelijkheid illustreert.
Jan Willem van Dop (Go Ahead Eagles) zei dat de bewustwording binnen Nederland recent sterker is geworden en pleitte voor blijvende transparantie en maandelijks overleg. Er werd benadrukt dat vertegenwoordigers van topclubs (Feyenoord, Ajax, PSV) al intensief lobbyen voor televisiegelden, maar dat steun van alle Nederlandse clubs nodig is om het gat te verkleinen.
Een belangrijk thema is meer onderlinge samenwerking: niet alleen tussen de Eredivisie-clubs zelf, maar ook tussen Eredivisie en Keuken Kampioen Divisie. De wens is om gezamenlijke besluitvorming te bereiken, hoewel eerdere voorstellen stukliepen op bezwaren over gelijke stemrechten van grote en kleine clubs.
De bestuurders zien ook kansen in bondgenootschappen met kleinere Europese competities — Scandinavië, België en Portugal worden genoemd — om samen op te trekken richting eerlijkere verdeling van mediagelden. Conclusie: zonder collectieve strategie en internationale samenwerking dreigt het Nederlandse voetbal structureel achterop te raken, met gevolgen voor Europese deelname, jeugdbeleid en het vasthouden van talent.