Exact zestien jaar geleden: Eerste PL-wedstrijd zonder Engelsen in de basis
In dit artikel:
Op 30 december 2009 schreven Portsmouth en Arsenal een stukje Premier League‑geschiedenis: voor het eerst bestond op dat moment bij beide clubs de basiself volledig uit spelers die buiten Engeland waren geboren. Het duel in Fratton Park eindigde in een 1-4 zege voor Arsenal. De wedstrijd illustreerde zowel de enorme internationalisering van het Engelse voetbal als de tegenstelling tussen de clubs: Portsmouth, geleid door Avram Grant, worstelde dat seizoen zwaar (uiteindelijk laatste, mede door een aftrek van negen punten), terwijl Arsène Wenger met Arsenal meedeed om de titel.
Portsmouth zette onder meer Asmir Begović (Bosnië), Tal Ben Haim (Israël), Aaron Mokoena (Zuid‑Afrika) en Frédéric Piquionne (Nouméa) in het veld; de geboorteplaatsen van die basiself lagen samen 45.871 kilometer van Fratton Park. Arsenal speelde met spelers als Manuel Almunia (Spanje), Alex Song (Kameroen), Andrei Arshavin (Rusland) en Eduardo (Brazilië); hun basiself was gezamenlijk 24.557 kilometer verwijderd van Portsmouth. Opgeteld kwamen de twee elftallen dus op ruim 70.000 kilometer afstand van hun geboorteplaatsen.
Beide teams hadden die dag ook buitenlandse trainers aan het roer. Portsmouth bracht later nog Nwankwo Kanu (Nigeria) en Anthony Vanden Borre (België) als vervangers en pas in de slotminuut kwam Engelsman Michael Brown binnen; Arsenal wisselde onder anderen Tomas Rosický (Tsjechië), Carlos Vela (Mexico) en Craig Eastmond (Londen). De wedstrijd en de bijbehorende opstellingen waren een opvallend bewijs van hoe ver de Premier League is opgeschoven van vroegere tijden waarin clubs vaak maar enkele buitenlanders mochten opstellen, of zelfs geen.