FC Utrecht raakt door rigoureuze keuzes flinke kostenposten kwijt
In dit artikel:
FC Utrecht greep deze winter door op de transfermarkt en liet drie van zijn hoogstbetaalde spelers vertrekken: Derry Murkin, Noah Ohio en Davy van den Berg. De bewegingen hebben vooral financiële motieven: salariskosten omlaag en meteen winst boeken.
Noah Ohio, in de zomer van 2024 voor circa €1 miljoen overgenomen van Standard Luik, kon in de Eredivisie weinig potten breken (weinig speelminuten en beperkte treffers). Bij Jong FC Utrecht scoorde hij echter veel en Utrecht verhuurt hem nu aan Real Valladolid (Spanje, tweede divisie). Volgens Capology verdiende Ohio ongeveer €780.000 per jaar aan basissalaris plus €200.000 aan bonussen (totaal circa €980.000). Zijn Estimated Transfer Value is €1,3 mln; zijn contract loopt tot 2027 en Valladolid heeft een optie tot koop.
Davy van den Berg, afgelopen zomer gehaald van PEC Zwolle, staat op huurbasis bij Luton Town. Hij had ook een fors salaris (basissalaris ~€590.000, totaal ~€737.500) en leverde sportief weinig tot nu toe. Ook voor hem geldt een optie tot aankoop; zijn ETV is circa €1,6 mln en zijn contract loopt tot 2028.
De grootste financiële meevaller kwam van Derry Murkin. Utrecht betaalde Schalke 04 in de zomer van 2025 €1,2 mln voor hem, maar verkocht hem na een halfjaar voor circa €2 mln aan Derby County. Murkin behoorde – na Sébastien Haller – tot de duurste spelers in de selectie met een jaarsalaris van bijna €1,2 mln (totaal ~€1,47 mln inclusief bonussen).
Door deze transacties verdwijnen de nummers twee, drie en zes op de loonlijst, wat de club direct ruimte oplevert in de boeken. Sportief blijft de vraag of de selectie zich kan herstellen; Utrecht staat twaalfde op de ranglijst en heeft versterking nodig richting de zomer.