Feyenoord staat voor lastige keeperskwestie komende transferperiode
In dit artikel:
Keeperprobleem bij Feyenoord dreigt ook volgend seizoen weer boven de Rotterdammers te hangen. Sinds de tijden van Ed de Goey en Jerzy Dudek heeft de club zelden structurele rust onder de lat gehad; na korte stabiele periodes met Henk Timmer, Erwin Mulder en Kenneth Vermeer volgde een periode van komen en gaan. De laatste jaren waren Timon Wellenreuther en Justin Bijlow de vaste namen, maar beiden konden niet volledig overtuigen en Bijlow vertrok afgelopen winter naar Genoa.
Dit seizoen is Wellenreuther volgens trainer Robin van Persie de nummer één. Hij heeft nog een contract tot zomer 2027, maar voetbaltechnisch en qua toekomstperspectief is hij volgens analyses meer een betrouwbare reservespeler dan een onbetwiste topkeeper (geschatte transferwaarde circa 4,3 miljoen euro; skill/potential-cijfers geven eerder back-upniveau aan). Op dit moment is Steven Benda op huurbasis de tweede keuze.
Of Wellenreuther komende zomer blijft of verkocht wordt, Feyenoord zal hoe dan ook naar een (nieuwe) doelman moeten zoeken — mogelijk zelfs twee. Interne opties als Benda, Mannou Berger en Liam Bossin lijken onvoldoende qua ervaring en cijfers. In Nederland zijn er enkele haalbare alternatieven: Lars Unnerstall (FC Twente), Vasilios Barkas (FC Utrecht) en Joel Drommel (PSV), maar voor een duidelijke kwaliteitsimpuls zal Feyenoord waarschijnlijk naar de buitenlandse markt moeten kijken.
Kortom: wil Feyenoord structureel meedoen om titels in de Eredivisie, dan is investeren in een betrouwbare doelman dringend nodig. De club staat voor de keuze tussen het bieden van vertrouwen aan Wellenreuther, het aantrekken van een ervaren binnenlandse kracht of het zoeken naar een upgrade in het buitenland.