Haaland en Højlund grijpen hoofdrol, wereldgoal Teze
In dit artikel:
Op een drukke Champions League-avond domineerden individuele acts de headlines: Erling Haaland bleef moeiteloos scoren, Jordan Teze produceerde een wereldgoal en Rasmus Højlund besliste een zwaarbevochten duel voor Napoli.
In Monaco opende Haaland al na een kwartier, nadat Josko Gvardiol hem had bediend; kort daarop maakte basisspeler Jordan Teze drie minuten later de gelijkmaker met een prachtige treffer. Vlak voor rust hernam Haaland de leiding met een kopbal en bracht zijn totaal in de Champions League op 52 goals in 50 wedstrijden. Toch hield dat de Engelse ploeg geen overwinning: Monaco kreeg in de slotfase een strafschop na een incident in het strafschopgebied en sleepte zo een terecht punt uit de wedstrijd.
Arsenal ontving Olympiakos en kwam vroeg op voorsprong via Gabriel Martinelli, nadat een schot van Viktor Gyökeres via de keeper op de paal belandde en Martinelli de rebound binnentikte. Jurriën Timber kende een invalbeurt na een uur. Arsenal bleef de meeste dreiging de baas, miste veel kansen, maar Bukayo Saka maakte er in de extra tijd alsnog een afgerond einde aan, geholpen door een fout van de doelman.
Borussia Dortmund bleef ongeslagen dit seizoen en versloeg Athletic Bilbao overtuigend met 4-1 in het Signal Iduna Park. Daniel Svensson zette Dortmund op voorsprong, Carney Chukwuemeka verdubbelde de score kort na rust. Athletic kwam terug via Gorka Guruzeta, maar Marcel Sabitzer (via het been van Serhou Guirassy) en invaller Julian Brandt zetten het eindresultaat definitief op 4-1.
Napoli nam het thuis op tegen Sporting Portugal en leek de controle te hebben na een counterdoelpunt van Højlund. Sporting kroop terug via een strafschop van Luis Suárez na een forse overtreding van Matteo Politano, maar Noa Lang bracht frisse energie bij Napoli en een perfecte voorzet van Kevin De Bruyne leidde tot een kopbal van Højlund die de overwinning veiligstelde.
In Spanje speelde Teun Koopmeiners in de basis bij Villarreal tegen Juventus: eerst kwam Villarreal op voorsprong door Georges Mikautadze, Juve draaide de wedstrijd om via Federico Gatti en Francisco Conceição, maar Renato Veiga kopte in blessuretijd alsnog de gelijkmaker voor de thuisploeg.