Het geval Cédric Hatenboer dat Olivier Renard koppijn bezorgt: hoe het zover is kunnen komen
In dit artikel:
Anderlecht betaalde afgelopen winter 2,1 miljoen euro om de 20‑jarige Nederlandse middenvelder Cédric Hatenboer van Excelsior naar Neerpede te halen; sportief directeur Olivier Renard zette alles op alles om hem binnen te halen. Wat aanvankelijk als een slimme aankoop met veel potentie werd gezien, loopt inmiddels op een mislukking uit.
Toen Hatenboer arriveerde, paste hij goed in het systeem van toenmalig coach David Hubert: een creatieve, vooruitdenkende nummer acht. Met de aanstelling van Besnik Hasi veranderde de vraag naar type middenvelder: Hasi vraagt veel intensiteit en duelkracht, eigenschappen waarin Hatenboer achterblijft bij concurrenten als Nathan De Cat, Enrick Llansana en Nathan Saliba. Hasi vindt hem daarom nog niet rijp voor het eerste elftal.
Probleem is dat Hatenboer contractueel niet verplicht is in de RSCA Futures te spelen, Anderlechts ploeg in 1B. Hij speelde aanvankelijk twee wedstrijden in de tweede klasse maar weigerde daarna consequent bij de Futures aan te sluiten — deels op aandringen van zijn entourage, die een uitleenbeurt wil en vreest dat spelen in 1B zijn reputatie als talent schaadt. Anderlecht zit daardoor met een patstelling: geen A-kern, geen Futures-ritme, en geen uitleenoplossing tot dusver.
Die impasse dreigt zowel sportief als financieel pijnlijk te worden: een dure jonge aanwinst die niet speelt, en in januari moet een oplossing komen anders loopt de club het risico een talent te verliezen dat mogelijk nooit de kans krijgt zich te bewijzen — zeker zolang Hasi coach blijft.