Het krediet van Van Persie: waarom Feyenoord wel of niet met hem verder moet
In dit artikel:
Robin van Persie trad in februari 2025 aan als hoofdtrainer van Feyenoord, clubicoon met een contract tot medio 2027, aangesteld om De Kuip nieuw leven in te blazen na het vertrek van Brian Priske. Zijn start wekte optimisme: een emotioneel welkom in zijn debuut, Europese duels tegen Internazionale en een opvallende 2-6-zege bij FC Twente gevolgd door een reeks overtuigende Eredivisie-overwinningen. Toch kantelde het beeld snel en binnen een jaar is de steun flink geslonken.
Belangrijke momenten schetsen het patroon. Tegen PSV gaf Feyenoord een 2-0 voorsprong uit handen (2-3); dat duel bleek mede beslissend voor het kampioenschap van PSV en markeerde de eerste echte misser van Van Persie als coach. In het nieuwe seizoen leek er weer hoop na een Champions League-winst op Fenerbahçe in de voorronde, maar een zware 5-2-nederlaag in Istanbul betekende uitschakeling. Europese teleurstellingen stapelden zich op: nederlagen tegen Braga, Stuttgart, Celtic en vooral het pijnlijke verlies tegen FCSB leidden tot voortijdige Europese exits.
Naast resultaten kwam kritiek ook uit de eigen gelederen. Oud-spelers als Quilindschy Hartman en Ramiz Zerrouki spraken openlijk over een verstoorde relatie met Van Persie, wat de schijn van interne onrust vergrootte. Een omstreden wisselbeleid in Europa — met spitsen en vleugelspelers die weinig speeltijd hadden — leverde commentaar op over het al dan niet serieus nemen van de Europese competitie. De wisseling van de aanvoerdersband (van Sem Steijn naar doelman Timon Wellenreuther) veroorzaakte verwarring binnen selectie en supporterssfeer. Daarnaast ontstond controverse rond medische beslissingen: Van Persie zou het advies van de medische staf genegeerd hebben toen Givairo Read niet eerder werd gewisseld, waarna de rechtsback opnieuw een hamstringblessure opliep.
Sportief gezien is het plaatje dubbelzinnig. Voorstanders wijzen op Van Persies potentie als jonge trainer: zijn gedrevenheid, inhoudelijke kennis, mediavaardigheden en het vermogen om spelers te bereiken toen de ploeg vorig seizoen terugveerde na eerdere tegenslagen. Hij liet toen twee sterke competitiereeksen zien en werd na de eerste seizoenshelft nog altijd gesteund door het bestuur. Feyenoord staat bovendien tweede in de Eredivisie, waardoor voortijdig ontslag financieel en sportief hard zou aanvoelen gezien de zicht op Champions League-opbrengsten.
Tegenstanders benadrukken structurele problemen: gebrek aan tactische variatie, moeite met het omstellen tijdens wedstrijden en een patroon van falen op cruciale momenten — uitgeschakeld worden in vrijwel alle bekertoernooien en het niet winnen van sleutelduels tegen directe concurrenten. Ook wordt zijn peoplemanagement bekritiseerd: onrust rond de aanvoerdersband, slijtage in relaties met spelers en het vermijden van adviezen van stafleden leiden tot twijfel over zijn leiderschapskwaliteiten. Feyenoords resultaten reflecteren dat: uit negen wedstrijden werden slechts drie overwinningen gehaald in een periode vol negativiteit.
Publieke opinievormers zoals Willem van Hanegem zijn fel in hun oordeel en noemen de ploeg onsamenhangend; een deel van de achterban deelt die teleurstelling. Anderzijds toonde Van Persie na de nederlaag tegen Heerenveen initiatief door het gesprek te zoeken met tierende supporters, wat tijdelijk begrip opleverde en de relatie met de fans niet volledig verbrak.
De centrale vraag blijft: hoeveel krediet heeft Van Persie nog? De afweging tussen zijn bewezen aantrekkingskracht en leerpotentieel enerzijds en het aanhoudende gebrek aan resultaten en spanningen binnen de kleedkamer anderzijds maakt de keuze lastig. Bestuur en trainer lijken formeel op één lijn, maar resultaten en interne cohesie zullen uiteindelijk bepalen of hij het vertrouwen om kan zetten in terugkeer naar stabiele prestaties, of dat Feyenoord elders moet zoeken naar rust en ervaring.