Is het thuisvoordeel in de return van de play-offs nog wel echt een voordeel?
In dit artikel:
Vanavond speelt Almere City thuis tegen Willem II in de halve finale van de promotie-/degradatie-play-offs; de return volgt zaterdag in Tilburg omdat Willem II in de reguliere competitie hoger eindigde. Op het oog lijkt dat tweede duel in eigen stadion een voordeel, maar recente cijfers zetten daar grote vraagtekens bij.
De opzet van de play-offs veranderde na de coronaperiode: sinds 2021 is er nog maar één finale en stroomt de nummer zestien van de Eredivisie pas later in, wat de kans op behoud voor die ploeg vergroot. Over de vijf seizoenen 2021–2025 werden dertig tweeluiken afgewerkt in alle rondes. In 18 van die confrontaties won uiteindelijk de ploeg die de return uit speelde; slechts twaalf keer wist de thuisclub het in de tweede wedstrijd af te maken. Vorig seizoen leverde dat al opvallende voorbeelden op: Telstar promoveerde ten koste van Willem II ondanks dat Tilburg de beslissende wedstrijd thuis speelde. De laatste keer dat de thuisspelende favoriet een finale volledig benutte, was De Graafschap in 2018.
Die cijfers suggereren dat spelen voor eigen publiek in beslissende wedstrijden niet per se een zegen is; de druk om het thuispubliek te belonen kan verlammend werken, zeker in finales waar de spanning groot is. Voor Willem II betekent dat extra druk: de Tricolores werden derde en hebben het retourrecht, maar moeten erop letten dat geschiedenis laat zien dat dat geen garantie op succes is. Almere City, als vijfde geëindigd, heeft al twee rondes overleefd door FC Den Bosch en De Graafschap uit te schakelen.
De winnaar van Almere City – Willem II ontmoet in de finale de winnaar van Telstar – FC Volendam (die zondag beslist wordt). Ook daar geldt: de ploeg die de return in eigen stadion speelt heeft het thuisvoordeel, maar recent verleden leert dat dat voordeel vaak niet doorslaggevend is.