Jon Dahl Tomasson op lijst als opvolger Robin van Persie bij Feyenoord
In dit artikel:
Feyenoord verkeert in een diepe sportieve crisis: na de nederlaag in de Rotterdamse derby tegen Sparta stapelen de teleurstellende resultaten zich op en de druk op trainer Robin van Persie groeit snel. Sinds de verloren thuiswedstrijd tegen PSV won Feyenoord nog maar drie keer, verloor achtmaal en speelde twee duels gelijk. De onvrede blijkt ook uit het gedrag van spelers na de laatste wedstrijd; middenvelder Quinten Timber liet zijn kritiek openlijk horen voor de camera van ESPN en verschillende teamgenoten reageerden steunend op het fragment, wat de onrust in de kleedkamer benadrukt.
In die context duikt Jon Dahl Tomasson op als potentiële opvolger. De 49‑jarige Deen is sinds oktober 2025 zonder club nadat zijn avontuur als bondscoach van Zweden (maart 2024–oktober 2025) eindigde zonder kwalificatie voor het WK. Tomasson heeft een aanzienlijke trainersloopbaan opgebouwd in Nederland en daarbuiten: hij begon als assistent en hoofdtrainer bij Excelsior, was kort trainer bij Roda JC, werkte als assistent bij Vitesse en bij Denemarken, en leidde later Malmö FF en Blackburn Rovers voordat hij naar Zweden ging.
Tomasson heeft sterke banden met Feyenoord: als speler droeg hij de Rotterdammers tussen 1998–2002 en 2008–2011 en kent daardoor de cultuur en verwachtingen in De Kuip goed. Daarnaast speelt zijn zoon Luca Dahl Tomasson in Feyenoords Onder‑19, wat hem actuele kennis van de jeugdopleiding en mogelijke doorstroomkandidaten geeft. Dat Tomasson eerder al genoemd werd als optie toen Arne Slot vertrok (in 2023) versterkt de indruk dat hij nog op een shortlist van de club zou kunnen staan.
Gezien het aanhoudende slechte resultaatencijfer, de spanningen binnen de selectie en Tomassons beschikbaarheid en clubhistorie, lijkt een technische wissel — met Tomasson als plausibele kandidaat — niet ondenkbaar. Voor Feyenoord rest de opdracht snel stabiliteit te vinden; de keuze voor een nieuwe trainer zal afhangen van de directie en bestuur die de balans moeten opmaken tussen korte termijn herstel en lange termijn bouw.