Jordi Cruijff grijpt de macht bij Ajax met twee spijkerharde ingrepen
In dit artikel:
Jordi Cruijff voert sinds zijn aantreden als technisch directeur ingrijpende veranderingen door bij Ajax om het slepende seizoen te keren. Na organisatorische onrust in november — met het vertrek van John Heitinga en het vertrek van Alex Kroes als technisch directeur — startte Cruijff formeel in februari, nadat hij al achter de schermen had ingebouwd. In zijn eerste maand nam hij drie zichtbare beslissingen die zowel staf als supporters een duidelijk signaal gaven: resultaatgerichte scherpte.
Als eerste ontsloeg hij Willem Weijs als trainer van Jong Ajax; Weijs stond met zijn ploeg onderaan de Keuken Kampioen Divisie. Hij werd vervangen door Oscar García met een brede Spaanse staf, die meteen voor progressie zorgde (twee zeges, twee nederlagen en één gelijkspel in de eerste vijf duels). Daarnaast promoveerde Cruijff Siem de Jong en Daniel de Ridder naar technische managementrollen: De Jong krijgt vooral de regie over scouting en is aanspreekpunt voor Ajax, Jong Ajax en Ajax O19; De Ridder gaat zich richten op de transferafhandeling. Ook topscout Joel Lara werd naar voren gehaald om het vertrek van Kelvin de Lange op te vangen.
De derde grote stap was het terugzetten van Fred Grim naar zijn oude, meer ondersteunende functie nadat Ajax opnieuw verloor (3-1 van FC Groningen). Grim verliest daarmee het interim-trainerschap van het eerste elftal; García schuift door naar het eerste, Paul Nuijten neemt Jong Ajax interim over met Urby Emmanuelson als assistent. Cruijffs boodschap is helder: korte-termijnprestaties staan voorop — doel is dit seizoen nog plek twee in de Eredivisie veiligstellen — en deze maatregelen moeten snel stabiliteit en resultaat brengen, waarna komende zomer structurele, lange-termijnbenoemingen volgen.