Knoester en Aberdeen pakken Schotse beker na blunder Schmeichel
In dit artikel:
Aberdeen heeft op zaterdag de Schotse beker veroverd door in de finale na strafschoppen te winnen van Celtic, nadat de reguliere speeltijd was geëindigd in een 1-1 gelijkspel. Het is de achtste keer in de geschiedenis van Aberdeen dat de Schotse FA Cup wordt gewonnen. De wedstrijd vond plaats op Hampden Park en kenmerkte zich door een afwachtend spel waarbij beide teams weinig risico namen.
Nederlander Mats Knoester, die in februari van Ferencvaros naar Aberdeen kwam, stond in de basis als centrumverdediger. Bij Celtic begon de Duitser Nicolas Kühn als rechtsbuiten; hij speelde eerder voor Jong Ajax. In het eerste halfuur had Celtic het merendeel van het balbezit, maar creëerde nauwelijks gevaar. Opmerkelijk was dat Aberdeen het doel van Celtic-speler Kasper Schmeichel tijdens deze periode niet onder druk zette.
De openingstreffer kwam op een bijzondere manier tot stand: een eigen doelpunt van Aberdeen-verdediger Alfie Dorrington bracht Celtic op voorsprong. Later in de tweede helft maakte het team uit Aberdeen via nog een eigen doelpunt het gelijkspel, ditmaal was Schmeichel verantwoordelijk voor het inschieten van een voorzet van invaller Shayden Morris. Ondanks een relancerende fase in de blessuretijd bleef een winnende treffer uit, ook tijdens de verlenging.
In de daaropvolgende strafschoppenserie bleek Celtic minder nauwkeurig: zij misten ten minste twee penalties, terwijl Schmeichel geen enkele strafschop wist te stoppen. Hierdoor won Aberdeen voor het eerst sinds 1999 weer de Schotse beker, een belangrijke prestatie die het team na lange tijd weer glorie bracht op nationaal niveau.