KNVB gooit roer om: 'Maar selecteer je dan nog meer spelers van Ajax, PSV en AZ?'
In dit artikel:
De KNVB verandert vanaf seizoen 2026/27 de manier waarop talenten bij Oranje Onder 15 worden gevolgd. Er komt geen regulier O15-team met vaste interlands meer. In plaats daarvan houdt de bond grotere groepen spelers gedurende langere tijd in beeld via trainingsmomenten. Zo wil de KNVB voorkomen dat al op vijftienjarige leeftijd te snel wordt vastgesteld wie de beste spelers zijn en wie later de top kan halen.
Volgens talentonderzoeker Sebastiaan Platvoet, verbonden aan HAN Sport en Bewegen, is dat een goede eerste stap. Wetenschappelijk onderzoek laat volgens hem echter zien dat het vrijwel onmogelijk is om op die leeftijd het uiteindelijke niveau van een speler betrouwbaar te voorspellen. Een talent presteert momenteel beter dan leeftijdsgenoten én lijkt potentie te hebben, maar vooral dat tweede onderdeel is moeilijk vast te stellen.
De beste speler van vandaag is daarom niet automatisch de beste speler van morgen. Spelers als Virgil van Dijk, Frenkie de Jong en Micky van de Ven speelden nauwelijks jeugdinterlands, maar bereikten later wel de internationale top. Ook lichamelijke ontwikkeling maakt selecteren ingewikkeld. Een vroegrijpe speler kan op vijftienjarige leeftijd sneller en sterker zijn, terwijl een laatbloeier pas na de groeispurt fysiek doorbreekt. Vanaf dat moment zijn de omstandigheden volgens Platvoet gelijkwaardiger om voetbalkwaliteiten te beoordelen.
Onderzoek waaraan Platvoet meewerkte, laat bovendien zien dat scouts redelijk eensgezind kunnen zijn over huidige prestaties, maar veel minder over toekomstig potentieel. Fysieke verschillen kunnen beoordelingen vertekenen. Een kleine speler kan bijvoorbeeld tactisch uitstekend handelen, maar een duel verliezen van een grotere tegenstander. Bij keepers kan een vroeg ontwikkelde, lange speler de voorkeur krijgen boven een kleinere leeftijdsgenoot die later nog sterk groeit.
Een grotere groep volgen vermindert de invloed van zo’n momentopname, maar lost het probleem niet vanzelf op. Platvoet vraagt zich af welke spelers toegang krijgen tot het programma en of de KNVB ook nadrukkelijk kijkt naar voetballers bij kleinere clubs of naar laatrijpe talenten. Alleen meer spelers uitnodigen is onvoldoende als scouts hen nog steeds met dezelfde criteria en vooroordelen beoordelen.
Vroege selectie kan bovendien grote gevolgen hebben. Spelers die bij een profclub of jeugdelftal worden opgenomen, krijgen vaak betere faciliteiten en worden sneller gezien als toekomstige prof. Dat kan beïnvloeden hoeveel kansen ze krijgen. Omgekeerd kan een speler die niet wordt geselecteerd het gevoel krijgen dat hij niet als talent wordt gezien. Beide effecten kunnen de verdere ontwikkeling sturen, terwijl de oorspronkelijke beoordeling op vijftienjarige leeftijd nog onzeker is.
De nieuwe werkwijze stelt ook eisen aan trainers. Grotere groepen vragen om meer en goed opgeleide begeleiders, die spelers passende prikkels kunnen geven. Omdat fysieke ontwikkeling binnen één leeftijdscategorie sterk uiteenloopt, moet de begeleiding volgens Platvoet bovendien individualistischer worden. Talent is geen vast profiel: trainers moeten per speler bekijken wat die binnen de context van het spel nodig heeft.
Vanaf Onder 17 wordt de selectie weer nadrukkelijker. Platvoet vraagt zich af of die teams dan vooral om ontwikkeling draaien of om resultaten, zoals een Europees kampioenschap. Ook een succesvolle O17-carrière voorspelt volgens hem nog niet zeker dat iemand prof wordt, al wordt de voorspellende waarde bij oudere jeugd wel groter. De KNVB moet de nieuwe aanpak daarom niet alleen beoordelen op het aantal spelers dat later de top haalt, maar ook op hun ontwikkeling als voetballer en als persoon. Een belangrijk succes zou zijn als juist spelers die bij O15 aanvankelijk laag worden ingeschat later alsnog doorbreken.
Vandaag Inside: Héérlijk gesprek tussen Johan Derksen en 85-jarige fan: 'Eén ding wil ik hem nog graag vragen…'