Koeman deelt pijnlijke herinnering: 'Ik zou het niet erg vinden als het morgen afgelopen is'
In dit artikel:
Ronald Koeman blikt met voldoening terug op de meeste eindtoernooien die hij als speler of als bondscoach meemaakte, maar noemt het WK van 1990 in Italië een zwarte bladzijde. Terwijl hij volgende week met Oranje naar de Verenigde Staten vertrekt voor het komende WK, herinnerde hij zich in een radio-interview hoe die Italiaanse editie al vanaf de voorbereiding misliep: hitte, slecht georganiseerde trainingslocaties (Palermo en Sardinië) en een gespannen sfeer binnen de selectie.
Sportieve teleurstelling viel samen met interne conflicten: aanvoerder Ruud Gullit had contacten met De Telegraaf, KNVB-directeur Michels correspondeerde met het Algemeen Dagblad, en er ontstond voortdurend wrijving tussen spelers en media. Oranje kwam niet tot scoren in de groepsfase—drie remises—en verloor in de achtste finale van West-Duitsland, twee jaar na het EK‑succes van 1988.
Koeman vertelt ook over de coachesituatie destijds: bondscoach was Leo Beenhakker, maar de meerderheid van de spelers wilde Johan Cruijff als bondscoach, zodat er zelfs een stemming onder de selectie plaatsvond. Koeman prijst Cruijff om zijn vermogen privé en werk te scheiden; als trainer nam Cruijff geen blad voor de mond en behandelde hij spelers eerlijk en soms extra kritisch, terwijl hij buiten het veld zich volledig als familieman gedroeg.
De herinnering aan 1990 contrasteert met Koemans doorgaans positieve ervaringen op eindtoernooien; het incident illustreert hoe organisatorische fouten en interne verdeeldheid een team zowel op als buiten het veld kunnen ruïneren.