Oranje-verdediging aangepakt: 'Zo'n routinier moet een betere indruk maken'
In dit artikel:
Arnold Mühren, oud-international en EK-winnaar van 1988, deelt na de oefenwedstrijd tegen Ecuador (1-1) keiharde rapportcijfers uit voor de Oranje-achterhoede in De Telegraaf. Vrijwel alle verdedigers krijgen van hem een 5: Mark Flekken, Lutsharel Geertruida, Stefan de Vrij, Virgil van Dijk en Nathan Aké scoren allemaal onvoldoende. Denzel Dumfries blijft onbeoordeeld omdat hij alleen kort inviel.
Mühren noemt Flekkken wisselvallig en vindt dat Geertruida duidelijk meer kan laten zien. Bij De Vrij ziet hij gebrek aan wedstrijdritme door veel bankzittersschap in Italië; Mühren wijst op een ongelukkig moment bij het tegendoelpunt en onvoldoende stabiliteit. Ook de organisatie en communicatie achterin stroeften volgens hem, waarbij Van Dijk — normaal de aanvoerder en leider — niet de gebruikelijke stuwende rol oppakte; hij suggereert dat veel speeltijd mogelijk vermoeidheid veroorzaakt, terwijl zijn kopkracht na zijn vertrek duidelijk werd gemist.
De enige verdediger die naar Mührens oordeel wél positief opvalt is invaller Micky van de Ven. Hij pleit ervoor Van de Ven als linksback te gebruiken: met snelheid, impuls naar voren en zichtbaar urgent spel zette hij vaak de juiste accenten, ook toen Oranje met tien man verder moest. Kortom: Mühren ziet vooral verbeterpunten in de defensieve organisatie en roept op tot meer stabiliteit en scherpte achterin.