Oscar Garcia zorgt voor onzekerheid bij Ajax: vertrek al snel realistisch
In dit artikel:
Oscar Garcia arriveerde in februari bij Ajax om Jong Ajax te leiden en maakte daar snel indruk, waarna hij met zijn volledige staf doorschoof naar het eerste elftal nadat Fred Grim was ontslagen. Zijn debuut als interim bij de A-selectie begon hoopgevend: een energieke 4-0 thuiszege op Sparta Rotterdam waarin Ajax veel kansen creëerde en weinig weggaf. De komende weken — met duels tegen Feyenoord (uit) en FC Twente (thuis) rond de interlandperiode en daarna wedstrijden tegen Heracles, NAC, PSV, Utrecht en Heerenveen — vormen een proefperiode die zijn kans op een vaste aanstelling kan bepalen.
Technisch directeur Jordi Cruijff moet uiteindelijk een nieuwe trainer aanstellen; het resultaat onder Garcia zou daarbij mee kunnen wegen, maar zijn verleden roept vraagtekens op. Buiten Red Bull Salzburg (zijn langste verblijf, van eind 2015 tot het einde van seizoen 2016/17) wisselde Garcia vaak na korte periodes van clubs zoals Maccabi Tel Aviv (tweemaal), Brighton, Watford, Saint-Étienne, Olympiakos, Celta, Reims, OH Leuven en Chivas. Redenen voor vertrek varieerden van familieomstandigheden en conflicten met besturen over transfers tot incidentele ontslagen wegens teleurstellende resultaten.
Ajax zoekt juist rust en continuïteit na jaren met veel wisselingen: sinds het vertrek van Erik ten Hag waren er in vier seizoenen al acht hoofdtrainers, en dit seizoen is al de negende kandidaat. Gezien die behoefte aan stabiliteit lijkt Garcia, gezien zijn verleden van korte verbintenissen, niet per se de meest voor de hand liggende langdurige oplossing—hoewel sterke resultaten hem natuurlijk in beeld kunnen houden.