Ralf Seuntjens: "De fysioruimte is de thermometer van een team?
In dit artikel:
Ralf Seuntjens blikt terug op de traditie van kleedkamerhumor in zijn lange profcarrière en noemt het essentieel voor de onderlinge band binnen teams. Volgens hem fungeert vooral de fysiokamer als thermometer van de groepssfeer: daar worden niet alleen blessures besproken, maar ook trainingen, wedstrijden en de kleine ergernissen — en waar gepraat wordt, ontstaan grappen en plagerijen.
Seuntjens deelt meerdere anekdotes uit clubs als Den Bosch en De Graafschap. Bij Den Bosch herinnert hij zich een spottend maar liefdevol moment tussen aanvaller Jeffrey Vlug en trainer Alfons Groenendijk dat voor iedereen lachend eindigde. Bij De Graafschap escaleerden grappen tussen teamgenoten soms tot ondeugende oorlogen: Leeroy Owusu smeet vissenkoppen in het kluisje van Jasper van Heertum; als tegenzet liet Jasper op wedstrijddagen de banden van Leeroy leeglopen. Ook Alexander Büttner wordt omschreven als de ultieme grappenmaker die spullen verstopte of kleding aantrok om de sfeer levendig te houden.
De streken variëren van onschuldig tot ietwat gênant: doorgesneden sokken of verkorte boxers, veters aan elkaar knopen, jassen waarvan de mouwen vastgeknoopt zijn, en zelfs saboterende tosti’s in het apparaat. Seuntjens geeft toe zelf graag mee te doen: hij verbindt veters, verstopt kleding en filmt vaak de reacties van slachtoffers; zulke capriolen versterken volgens hem de teamchemie.
De ervaring verschilt per land. In 2022 voetbalde Seuntjens in Japan, waar zulke plagerijen vrijwel ontbraken en de sfeer serieuzer was. Terug in Europa merkte hij het gemis niet direct, maar besefte hij wel hoe typisch de Nederlandse kleedkamertradities zijn. Nu bij Lommel SK in België werkt hij in een internationale selectie met spelers uit Zweden, Ghana, Colombia en Nepal; daardoor is de humor minder uniform en manifesteren grappen zich vaker als kleine, praktische pesterijtjes in de gym dan als de openlijke gekkigheid die hij in Nederland meemaakte.
Seuntjens illustreert met zijn verhalen dat kleedkamerhumor enerzijds louter vermaak is, maar anderzijds belangrijk voor saamhorigheid en ontspanning binnen een ploeg. Aan het eind geeft hij het stokje door aan Mats Seuntjens, waarmee de reeks lockerroom-verhalen wordt voortgezet.