Schaakspel in De Kuip: waarom Ajax zichzelf wat kan verwijten tegen Feyenoord
In dit artikel:
De 201ste editie van De Klassieker tussen Feyenoord en Ajax eindigde zondagmiddag in een doelpuntendeling (1-1), een wedstrijd die vooral werd bepaald door voorzichtige tactieken en degelijk verdedigingswerk van beide kanten. Trainers Robin van Persie (Feyenoord) en Oscar García (Ajax) kozen voor plannen die hun elftallen verdedigend stabiel maakten, maar aanvallend weinig opleverden.
Van Persie wijzigde het gebruikelijke 4-4-2-perspatroon van Feyenoord, waardoor Raheem Sterling bij zogenoemde doorgangen anders postvatte en Lucas Rosa bij Ajax plots vrij kwam te staan — een kwetsbaarheid bij de Amsterdammers omdat Rosa wordt gezien als minder sterk in opbouw. Ajax ontwikkelde tegelijk een duidelijk werkbare opbouwvorm: Takehiro Tomiyasu speelde vaak als inverted back, wat ruimte creëerde en regelmatig het drukzetten van Ayase Ueda neutraliseerde. Dat gaf Ajax vaker de mogelijkheid om eruit te voetballen; Feyenoord had daar lange tijd geen overtuigend antwoord op, al verbeterde dat later in de wedstrijd.
García liet Youri Baas duidelijk uit de buurt houden van Jordan Bos door Steven Berghuis ver naar achteren te laten dekken. Die conservatieve benadering leverde Ajax defensieve overtal op eigen helft op, maar maakte het voor spelers als Mika Godts en Wout Weghorst vrijwel onmogelijk effectief druk te zetten op de Ajax-achterste linie. De vraag blijft of Ajax niet meer risico had moeten nemen in de jacht op plek twee, gezien Feyenoords opbouwkwaliteiten.
Sportief gezien is het resultaat gunstiger voor Feyenoord: omdat concurrent NEC ook gelijkspeelde, behouden de Rotterdammers met nog zes duels te gaan een voorsprong van vijf punten op Ajax. Voor de Amsterdammers lijkt die achterstand, gecombineerd met een zwaar resterend programma (onder meer PSV, FC Twente en FC Utrecht), lastig in te lopen.