Suikerooms in de Eredivisie: hoe belangrijk zijn Boekhoorn en Van Seumeren?
In dit artikel:
NEC beleeft een onverwachte opleving en mag zelfs van Champions League-dromen spreken; miljoeneninjecties van zakenman Marcel Boekhoorn spelen daarbij een doorslaggevende rol. Boekhoorn — geen aandeelhouder, maar wel al jarenlang de financiële steunpilaar van de Nijmeegse club — zou volgens berichtgeving ongeveer dertig miljoen euro in NEC hebben gestoken. Zijn bravoure werd onlangs zichtbaar toen hij in een volle zaal riep: "Volgend jaar NEC - Real Madrid in De Goffert."
In het Nederlandse voetbal wordt zo’n weldoener aangeduid als een ‘suikeroom’: iemand die structureel tekorten aanvult of investeert zonder direct rendement te verwachten. Naast NEC kent ook FC Utrecht zo’n geldschieter: ondernemer Frans van Seumeren gaf de club sinds 2008 tientallen miljoenen (naar eigen zeggen zo’n vijftig miljoen) om de club financieel en organisatorisch te redden en te versterken. Beide investeerders hielpen hun clubs weg uit penibele financiële situaties; Utrecht klom geleidelijk naar Europees voetbal, NEC keerde na degradatie en financiële nood in 2017 terug naar de Eredivisie.
Tegelijkertijd werpt deze afhankelijkheid vragen op over eerlijkheid en duurzaamheid in de competitie. Voetbal International concludeerde in december 2025 dat zowel NEC als FC Utrecht ook in seizoen 2024/2025 weer negatieve operationele resultaten noteerden. De clubs kunnen blijven investeren dankzij hun rijke geldschieters, maar het doel om op termijn zonder externe steun break-even te draaien lijkt nog ver weg.
Kortom: suikerooms hebben twee kanten. Ze zijn vaak de reddingsboei die sportieve ambities mogelijk maakt en het niveau van de subtop omhoog brengt, maar ze scheppen ook scheve verhoudingen ten opzichte van clubs zonder vergelijkbare financiers en maken teams kwetsbaar voor de keuzes van één of enkele geldschieters. De discussie over competitieve gelijkheid en lange-termijn duurzaamheid blijft daarmee actueel.