Te Kloese laat kassa bij Feyenoord met miljoenen rinkelen na vertrek
In dit artikel:
Dennis te Kloese (51) verlaat Feyenoord per 30 juni na vier jaar als directeur; hij keert terug naar Mexico om bij Monterrey aan de slag te gaan. Zijn vertrek betekent niet direct het einde van zijn invloed op de clubfinanciën: door de transfers die hij de afgelopen jaren sloot kan Feyenoord komende zomer alsnog miljoenen innen.
Onder Te Kloese nam Feyenoord transferinkomsten flink toe. Acht van de tien duurste uitgaande transfers van de club vonden plaats in zijn periode. Belangrijke verkooptransacties waren onder meer Luis Sinisterra (25 mln), Orkun Kökçü (totaal 30 mln), Lutsharel Geertruida (20 mln), Mats Wieffer (32 mln), Santiago Giménez (30,2 mln exclusief bonussen), en afgelopen zomer Igor Paixão (35 mln), Dávid Hancko (26 mln) en Antoni Milambo (20 mln).
Te Kloese onderhandelde niet alleen op directe transfersommen, maar legde vaak ook doorverkooppercentages vast. Daardoor kan Feyenoord profiteren van toekomstige verkopen van ex-spelers. Vier oud-Feyenoorders lijken deze zomer te kunnen vertrekken bij hun huidige clubs: Igor Paixão en Quinten Timber zijn door Olympique Marseille op de transferlijst gezet, Quilindschy Hartman kan na degradatie met Burnley vertrekken, en Lutsharel Geertruida wordt genoemd bij een definitief vertrek uit Leipzig. Voor dit viertal heeft Feyenoord een percentage van de winst bedongen: bij Geertruida 10% boven de 20 mln, bij Paixão tot 30% boven de 30–35 mln; bij Timber en Hartman zijn de exacte percentages onbekend, maar vanwege hun lagere verkoopprijzen kan de club relatief makkelijk meedelen in winst.
Op basis van geschatte transferwaardes kan Feyenoord voor Paixão en Geertruida samen bijna 3 mln aan doorverkoopopbrengst verwachten; voor Timber zou dat, bij aanname van 10%, ruim 2 mln zijn en voor Hartman ongeveer 1,5 mln. Daarmee draagt Te Kloese’s transferbeleid ook na zijn vertrek substantieel bij aan de financiële positie van de club.