Van Den Haag naar het Marokkaanse elftal: 'Die keuze was heel snel gemaakt'
In dit artikel:
Ali Boussaboun, voormalig spits van ADO Den Haag en Feyenoord, blikt terug op zijn periode als international van Marokko en op de snelle opmars van het Marokkaanse voetbal. Boussaboun, die als vierjarig jongetje vanuit Marokko naar Den Haag verhuisde, had nooit serieus gedroomd van een profcarrière; zijn profdebuut maakte hij in 1996 bij ADO, en in 2001 zette hij de stap naar FC Groningen. Hij speelde aanvankelijk voor Jong Marokko, later ook kort voor Jong Oranje, maar kreeg uiteindelijk de oproep voor het Marokkaanse seniorenelftal waarop hij dertien keer uitkwam. Zijn officiële debuut voor Marokko was op 26 maart 2005 tegen Guinee en hij nam deel aan de Afrika Cup van 2006.
Voor Boussaboun was spelen voor Marokko een hoogtepunt in zijn loopbaan: het vertegenwoordigen van een hele natie voelt wezenlijk anders dan clubvoetbal en betekende veel voor hem en zijn familie. Hij benadrukt dat Marokko de afgelopen jaren structureel vooruitgang heeft geboekt door intensief te investeren in infrastructuur en professionalisering. Die aanpak zorgt ervoor dat steeds meer tweedegeneratiespeler en jonge talenten – zoals Rayane Bounida, Sami Bouhoudane, Oualid Agougil en Ayoud Ouarghi, en eerder Hakim Ziyech en Noussair Mazraoui – bewust voor Marokko kiezen. Volgens hem werpt het zaad dat de bond heeft geplant nu vruchten af: faciliteiten, organisatie en reeks successen versterken de aantrekkingskracht.
Over de omstreden ontknoping van de recentste Afrika Cup, waarin Marokko na een walk‑off van Senegal uiteindelijk door de CAF als winnaar werd aangemerkt via een reglementaire 3-0 uitslag, is Boussaboun duidelijk: regels moeten gerespecteerd worden en het was een schande dat Senegal van het veld stapte. Tot slot kijkt hij met vertrouwen naar het komende WK: Marokko zit in een poule met Brazilië, Schotland en Haïti en behoort volgens hem tot de eerste twee plaatsen, ondanks de sterke reputatie van Brazilië.