Wéér de beste: PSG is kampioen na zege op concurrent en gaat voor dubbel
In dit artikel:
Paris Saint-Germain kroonde zich woensdag in Lens tot kampioen van Frankrijk door RC Lens met 0-2 te verslaan in het Stade Bollaert-Delelis. Met die zege, waarmee het matchpoint werd verzilverd aangezien PSG met zes punten voorsprong aan de wedstrijd begon, is de club voor de elfde keer in dertien jaar en voor de vijfde keer op rij landskampioen.
Trainer Luis Enrique startte bijzonder aanvallend met Khvicha Kvaratskhelia, Ousmane Dembélé, Bradley Barcola en Désiré Doué in de basis; routiniers als Marquinhos, Vitinha en Fabián Ruiz begonnen op de bank. Lens bood fel tegenstand en dwong meerdere reddingen af van PSG-doelman Matvey Safonov, die als een van de meest beslissende spelers van het duel optrad. De openingstreffer viel na een fraaie actie van Dembélé, waarna Kvaratskhelia doeltreffend afrondde. Een doelpunt van Lens werd later afgekeurd wegens buitenspel, en in de blessuretijd maakte het achttienjarige talent Ibrahim Mbaye het definitief af met een fraaie knal via de onderkant van de lat, op aangeven van Doué.
Sinds de Qatarese overname in 2011 domineert PSG het Franse voetbal; alleen AS Monaco (2017) en LOSC Lille (2021) doorbraken die hegemonie. Na vorig seizoen, waarin Enrique zijn ploeg naar de treble en de eerste Champions League-titel voerde, staat PSG nu opnieuw voor een dubbel: op 30 mei wacht de Champions League‑finale tegen Arsenal. De club lijkt meer op team dan op verzameling supersterren te zetten, maar heeft nog steeds uitgesproken topspelers in de selectie.