Welke Eredivisie-clubs namen de grootste risico's op de transfermarkt?
In dit artikel:
Tijdens de winterse transferperiode namen meerdere Eredivisieclubs flinke risico’s door sleutelspelers te laten vertrekken of door juist niets te doen, terwijl het seizoen halverwege al om prioriteiten vroeg. Na de eerste seizoenshelft staan Heracles in degradatiegevaar, Feyenoord moet strijden voor plek twee en zowel Go Ahead Eagles als FC Twente mikken op het linkerrijtje — precies de clubs die in januari forse keuzes maakten.
Feyenoord verkocht middenvelder Quinten Timber deze winter voor circa 4 miljoen euro in plaats van hem gratis te laten vertrekken komende zomer. Daardoor verloor de club zijn op dat moment beste middenveldspeler (Skill ~67,4, Potential ~73,1) zonder een directe vervanger aan te trekken, terwijl concurrenten en teamgenoten zoals In-beom Hwang en Jakub Moder veel blessureleed kenden.
Heracles liet spits Jizz Hornkamp middenin het seizoen voor ongeveer 4,5 miljoen naar AZ vertrekken. Als opvolger werd Lequincio Zeefuik gehuurd van AZ; zijn Skill (56,7) ligt dicht bij die van Hornkamp (58,2), maar hij wacht nog op zijn eerste doelpunt in vijf duels. Tegelijkertijd versterkten trainer-technisch directeur Ernest Faber de selectie met ervaring en diepgang: doelman Remko Pasveer, middenvelders Rhys Bozinowski en Erik Ahlstrand en aanvaller Naci Ünüvar werden binnengehaald.
Go Ahead Eagles verloor twee vaste waarden: aanvoerder Mats Deijl vertrok naar Feyenoord voor ongeveer 1 miljoen euro en spits Milan Smit ging op huurbasis naar Stoke City, met een vaste overstap van 5,5 miljoen komende zomer; Smit had tot dan tien competitiedoelpunten. De club reageerde door Stefan Ingi Sigurdarson (circa 3 miljoen) en rechtsback Alfons Sampsted (250.000) aan te trekken — beide hebben iets lagere Skill-scores dan hun voorgangers.
FC Twente koos deze transferperiode grotendeels voor stabiliteit of inactiviteit: door de verhuur van Bas Kuipers kromp de bezetting op de backposities, maar er kwamen geen nieuwe vleugelverdedigers bij. Daardoor zijn coach John van den Brom en Twente sterk afhankelijk van de fitheid van Bart van Rooij en Mats Rots, zonder reserve-opties.
Samengevat kozen enkele clubs bewust voor financiële of beleidsmatige voordelen in januari maar namen daarmee sportieve risico’s: sleutelspelers werden verkocht en niet altijd adequaat vervangen, wat de strijd om degradatie, Europese plaatsen en de interne concurrentie in de tweede seizoenshelft kan beïnvloeden.