WK 1998: de moeizame opkomst van het Franse genie Zidane
In dit artikel:
Zinédine Zidane groeide uit van een onzeker talent tot nationale held, maar zijn weg naar wereldfaam verliep niet zonder hobbels. De katalysator voor verandering was het nationale trauma van 17 november 1993: Bulgarije scoorde in blessuretijd in Parc des Princes en Frankrijk miste het WK 1994. Bondscoach Gérard Houllier vertrok; diens assistent Aimé Jacquet werd aangesteld om een op sterven na dood elftal te herbouwen, met het oog op het thuis-WK van 1998.
Zidane maakte op 17 augustus 1994 in Bordeaux een bijna mythologisch debuut: als invaller scoorde de toen 22-jarige spelmaker binnen enkele minuten twee schitterende doelpunten tegen Tsjechië en redde hij een gelijkspel. Die actie wekte enorme verwachtingen, maar betekende niet direct dat hij onomstreden ster werd. Jacquet hield hem aanvankelijk terug; ondanks zijn klasse moest Zidane passen binnen een collectief dat opnieuw moest worden gevormd. De media omschreven hem vaak nog als te jong en inconsistent.
De korte periode van teleurstelling culmineerde op het EK 1996, waar Zidane onzichtbaar speelde. Pas later kwam naar buiten dat hij kort voor het toernooi bij een ernstig auto-ongeluk betrokken was en met een pijnlijke blessure meespeelde. Jacquet bleef desondanks in hem geloven en zette zijn project voort: geen terugkeer naar de gloeiende individualiteit van de jaren tachtig, maar een team gebouwd op defensieve stabiliteit, discipline en voorbereiding. Dat leidde tot pijnlijke keuzes: iconen als Éric Cantona en David Ginola verdwenen uit beeld omdat hun stijl niet in Jacquets systeem paste.
Het keerpunt voor Zidane kwam in 1995. Op 11 oktober in Boekarest leidde hij Frankrijk naar een belangrijke zege op Roemenië met een assist en een prachtig doelpunt—zijn eerste grote meesterwerk in het blauw. Daarna ontwikkelde zich een productieve samenwerking met Youri Djorkaeff; Jacquet ontwierp het aanvalsspel zo dat beide creatieven konden floreren. Tussen 1995 en 1998 speelden ze vele succesvolle wedstrijden samen en vormden ze de creatieve ruggengraat van Les Bleus.
Tijdens het WK 1998 kende Zidane een hachelijk moment: tegen Saudi-Arabië kreeg hij rood en een schorsing van twee duels, waardoor zijn rol onzeker werd. Frankrijk ontsnapte ternauwernood tegen Paraguay, wat de ploeg paradoxaal sterker maakte en Zidane de kans gaf zich te rehabiliteren. Op 12 juli 1998 in het Stade de France maakte hij die kans definitief waar: uit twee corners kopte hij in de finale twee doelpunten tegen Brazilië, waarna Frankrijk met 3-0 won en voor het eerst wereldkampioen werd. Die prestatie maakte van de soms gereserveerde spelmaker een onbetwiste leider en symbool van nationale eenheid.
Zidane bleef na 1998 invloedrijk (EK 2000, WK‑finale 2006) en zijn voorstelling overstijgt enkel sportieve waarde: als zoon van Algerijnse immigranten uit Marseille werd hij een icoon voor het multiculturele Frankrijk. Zijn loopbaan illustreert dat grootheid vaak een proces is—gevormd door tegenslag, geduld en het vertrouwen van een trainer die het collectief boven individuele roem stelde.