Zo deden de duurste zomeraankopen van de laatste vijftien jaar bij Feyenoord het

zaterdag, 29 augustus 2026 (11:04) - ELF Voetbal

In dit artikel:

Feyenoord zoekt tot de sluiting van de Nederlandse transferwindow op 2 september nog naar versterkingen. De huidige duurste zomeraanwinst is Nacho Ferri, voor wie de club ongeveer negen miljoen euro betaalde aan KV Westerlo. ELF Voetbal blikt daarom terug op de duurste inkomende transfers van de vijftien voorgaande zomers. De genoemde bedragen zijn afkomstig van Transfermarkt.nl.

In 2011 gaf Feyenoord geen geld uit aan transfers. De club zat financieel diep in de problemen na een rampzalig seizoen, maar huurde John Guidetti en Otman Bakkal. Vooral Guidetti groeide uit tot cultheld: de Zweed scoorde twintig keer in 23 wedstrijden en hielp Feyenoord verrassend naar de tweede plaats.

Een jaar later was Lex Immers met 800.000 euro de duurste aankoop. De middenvelder speelde 124 wedstrijden, maakte 35 doelpunten en gaf zestien assists, maar vertrok in 2016 via Cardiff City. Graziano Pellè werd in 2013 voor drie miljoen euro definitief overgenomen nadat hij eerst was gehuurd. De aanvaller groeide uit tot publiekslieveling, scoorde in zijn eerste volledige seizoen 27 keer en vertrok in 2014 voor elf miljoen euro naar Southampton.

In 2014 betaalde Feyenoord 3,5 miljoen euro voor zowel Jens Toornstra als Bilal Basacikoglu. Toornstra werd een langdurige steunpilaar en speelde 313 duels voor de club. In het kampioensseizoen 2016/17 was hij goed voor veertien goals en elf assists. Basacikoglu haalde de verwachtingen niet, maar kwam wel tot meer dan honderd wedstrijden. Marko Vejinovic kostte eveneens 3,5 miljoen euro, maar wist zijn sterke periode bij Vitesse in Rotterdam niet te herhalen. Hij speelde in zijn tweede seizoen nog slechts twee wedstrijden en vertrok in 2017.

Ook Nicolai Jörgensen werd voor 3,5 miljoen euro gehaald, in 2016. De Deen werd direct topscorer met 21 doelpunten en leverde een belangrijke bijdrage aan de landstitel. Zijn vorm zakte daarna weg, al scoorde hij nog in de gewonnen bekerfinale van 2018. Steven Berghuis was in 2017 met 6,5 miljoen euro de duurste aankoop. Na een huurperiode werd hij definitief overgenomen en groeide hij uit tot een van Feyenoords belangrijkste aanvallers. In 199 wedstrijden maakte hij 87 goals en gaf hij 64 assists. Zijn vertrek naar Ajax in 2021 maakte hem bij een deel van de Rotterdamse aanhang zeer impopulair.

De relatief onbekende Luis Sinisterra kostte in 2018 twee miljoen euro. De Colombiaan kreeg tijd om zich te ontwikkelen en ontplofte in 2021/22, waarna Leeds United hem voor ongeveer 25 miljoen euro overnam. Marcos Senesi, in 2019 gekocht voor zeven miljoen euro, werd na een moeizame start een geliefde en strijdlustige verdediger. Hij speelde 32 competitiewedstrijden in zijn twee daaropvolgende seizoenen en vertrok in 2022 voor vijftien miljoen euro naar Bournemouth.

De transferzomer van 2020 leverde weinig op. Francesco Antonucci was met 2,2 miljoen euro de duurste aankoop, maar kwam voor Feyenoord slechts negen minuten in actie. Patrik Walemark kostte in 2021 3,25 miljoen euro en moest Berghuis doen vergeten. Dat lukte niet: de Zweed maakte slechts drie doelpunten, werd verhuurd en vertrok uiteindelijk definitief naar Lech Poznan.

Dávid Hancko bleek in 2022 een veel groter succes. Feyenoord betaalde 8,3 miljoen euro voor de Slowaakse verdediger, die direct een vaste waarde werd en in drie seizoenen uitgroeide tot een van de beste verdedigers van de Eredivisie. Hij speelde 140 officiële duels en maakte vijftien doelpunten voordat hij in 2025 naar Atlético Madrid vertrok.

Ayase Ueda was in 2023 met acht miljoen euro de duurste aankoop. De Japanse spits had tijd nodig om zich aan te passen, maar werd na twee moeizame seizoenen met 25 doelpunten in 31 wedstrijden topscorer van de competitie. In 2024 betaalde Feyenoord zeven miljoen euro voor In-Beom Hwang. De Zuid-Koreaan was technisch sterk en veroverde snel een basisplaats, maar blessures beperkten hem tot 54 wedstrijden. Deze zomer vertrok hij naar FC Porto.

De meest recente dubbele topaankoop bestaat uit Sem Steijn en Gonçalo Borges, die ieder tien miljoen euro kostten. Steijn begon veelbelovend, scoorde direct bij zijn debuut en werd aanvoerder, maar blessures beperkten hem tot 21 competitieduels. Borges kon vooralsnog niet overtuigen en kwam in zijn eerste seizoen tot elf wedstrijden en twee doelpunten. De terugblik laat daarmee een wisselend beeld zien: sommige dure aankopen, zoals Pellè, Toornstra, Berghuis, Sinisterra en Hancko, werden bepalend of leverden later een grote transfersom op, terwijl anderen nauwelijks rendement brachten.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp onder de indruk van Wilfred Genee: ‘Dat is knap, man!’