Zo verliepen de Champions League-finales die deze eeuw na strafschoppen werden beslist
In dit artikel:
Zaterdagavond verlengde Paris Saint-Germain zijn heerschappij in de Champions League: Luis Enrique’s ploeg versloeg Arsenal na een zenuwslopende strafschoppenserie. Daarmee is dit de zevende keer in de 21e eeuw dat de winnaar van het miljardenbal bepaald werd vanaf elf meter — en voor het eerst sinds tien jaar dat een finale op die manier beslist werd.
Tussen 2020 en 2023 waren finales opvallend saai wat betreft verlenging en strafschoppen: vier keer op rij eindigde de eindstrijd in 1-0 zonder extra tijd. De laatste finale die tevoren via strafschoppen werd beslist, dateerde uit 2015/16, toen Real Madrid en Atlético Madrid na 1-1 (doelpunten van Sergio Ramos en Yannick Carrasco) naar penalties gingen. Atlético bleef achter met bitterheid: Antoine Griezmann miste in de reguliere speeltijd een penalty en in de serie raakte Juanfran de paal, terwijl Cristiano Ronaldo wel scoorde voor Real.
Andere memorabele finales die op penalties werden beslist:
- Bayern München – Chelsea (2011/12): na twee kopballen van Thomas Müller en Didier Drogba bleef het gelijk. In de verlenging miste Arjen Robben een strafschop die door Petr Čech werd gestopt. In de daaropvolgende serie hield Čech opnieuw stand en Chelsea pakte de beker, ondanks reddingen van Manuel Neuer en een paal van Bastian Schweinsteiger.
- Manchester United – Chelsea (2007/08): een finale die in natte omstandigheden dramatisch eindigde. Cristiano Ronaldo scoorde in de reguliere tijd maar miste zijn inzet in de beslissende serie. John Terry gleed weg bij een cruciale poging en schoot tegen de paal; Edwin van der Sar hield United in de race door de pogingen te keren, waaronder die van Nicolas Anelka.
- AC Milan – Liverpool (2004/05), het ‘Wonder van Istanbul’: Milan leek met goals van Paolo Maldini en Hernán Crespo al te hebben gewonnen, maar Steven Gerrard ontketende een legendarische comeback die uitmondde in 3-3 en een loterij vanaf de stip. In die serie faalde Andriy Shevchenko met een zwakke inzet, waarna Liverpool triomfeerde.
- Juventus – AC Milan (2002/03): na 0-0 in verlenging gingen beide teams naar penalties. De wedstrijd kreeg extra aandacht omdat doelmannen Dida en Gianluigi Buffon opvallend ver van hun lijn kwamen voordat nemers schoten — iets wat de arbitrage oogluikend toestond. AC Milan won uiteindelijk door een beslissende inzet van Shevchenko.
- Bayern München – Valencia (2000/01): deze finale stond al in het teken van strafschoppen tijdens de wedstrijd zelf; scheidsrechter Dick Jol gaf meerdere penalty’s waarvoor hij later twijfels uitsprak. In de beslissende serie kroonde doelman Oliver Kahn zich tot held door drie pogingen te stoppen, terwijl Stefan Effenberg een van de kansen verzilverde.
De terugkeer van een finale die beslist wordt via penalties onderstreept nogmaals hoe klein de marges zijn op het hoogste niveau: technische kwaliteit, mentale weerbaarheid en enkele briljante reddingen of gemiste kansen kunnen het verschil tussen bekerwinst en verlies maken. PSG’s recente zege voegt zich zo bij een reeks historische, vaak dramatische finales die de Champions League onvoorspelbaar en emotioneel houden.